Amsterdam UMC: "geen risico voor seksueel welzijn" na puberteitsremmers — wat de studie niet laat zien
Een Amsterdam UMC-onderzoek onder 70 volwassenen concludeert dat puberteitsremmers geen extra risico vormen voor seksueel welzijn. Een kleine, retrospectieve vragenlijst zonder controlegroep, 14 jaar na de behandeling, draagt die conclusie niet.
Door Isabelle van der Meulen e.a. (Amsterdam UMC)
· 4 oktober 2026
"Puberteitsremming vormt geen extra risico voor seksueel welzijn op volwassen leeftijd." Dat is de boodschap waarmee Amsterdam UMC in de zomer van 2025 naar buiten kwam, op basis van onderzoek onder transgender volwassenen die als kind of tiener puberteitsremmers kregen. Het ziekenhuis zelf noemt het "het eerste onderzoek" dat dit aantoont. Het is een geruststellende claim over een onderwerp waarover ouders en patiënten zelden iets concreets te horen krijgen. Maar wie de studie zelf naast de kop legt, ziet een ander beeld: een kleine, retrospectieve vragenlijst, zonder controlegroep, die niet kan bewijzen wat de conclusie beweert.
Wat de studie precies onderzocht
Het onderzoeksteam, met eerste auteur Isabelle van der Meulen, publiceerde de bevindingen in 2025 in het Journal of Sexual Medicine. Zeventig transgender volwassenen die gemiddeld veertien jaar eerder met puberteitsremmers waren gestart, vulden een vragenlijst in over hun seksuele ervaringen en tevredenheid. Folia, het onafhankelijke medium van de Universiteit van Amsterdam, zette de cijfers op een rij: ruim de helft van de transmannen en ongeveer 40 procent van de transvrouwen gaf aan tevreden te zijn met hun seksleven. De onderzoekers noemen dat "vergelijkbaar met de cisgender bevolking" en trekken daaruit de conclusie dat puberteitsremming geen extra risico vormt.
Een steekproef die zichzelf selecteerde
Het eerste probleem zit al in de opzet. Dit is geen cohort dat vanaf de start is gevolgd — het is een groep volwassenen die, veertien jaar nadat ze als kind met puberteitsremmers begonnen, bereid en in staat waren om een vragenlijst over hun seksleven in te vullen. Wie in die veertien jaar afhaakte bij de zorg, wie detransitioneerde, wie überhaupt niet meer bereikbaar was voor het ziekenhuis, zit niet in deze zeventig. Een retrospectieve vragenlijst onder wie nog in beeld is, meet per definitie een geselecteerde groep: degenen voor wie het traject redelijk is gelopen. Dat is precies het probleem dat ook bij Amerikaans tevredenheidsonderzoek naar puberteitsremmers naar voren kwam — wie niet meer meedoet, telt niet mee in de uitkomst.
Geen controlegroep, geen "vergelijkbaar"
De tweede weeffout is methodologisch nog zwaarder: er is geen controlegroep. Zonder een vergelijkbare groep transgender personen die geen puberteitsremmers kregen, kan de studie onmogelijk vaststellen of de uitkomst iets met de behandeling te maken heeft. Daar komt bij dat de gerapporteerde tevredenheid — ruim de helft bij transmannen, zo'n 40 procent bij transvrouwen — in absolute zin niet hoog is. Tevredenheidscijfers over het seksleven in de algemene (cisgender) bevolking liggen doorgaans ruim boven de 70 procent. Om dan te concluderen dat de uitkomst "vergelijkbaar" is met de cisgender bevolking, moet je de cijfers positief framen in plaats van ze gewoon te laten spreken.
Wat puberteitsremmers biologisch wél doen
Dat een retrospectieve vragenlijst geen schade aantoont, wil niet zeggen dat er geen biologisch mechanisme is om naar te kijken. Puberteitsremmers onderdrukken de geslachtshormonen die normaliter zorgen voor de rijping van het genitale weefsel tijdens de puberteit. Bij jongens die vóór of vroeg in de puberteit starten, blijft bijvoorbeeld de ontwikkeling van penis en scrotum achter — een fysiek gegeven dat een Mayo Clinic-onderzoek naar mogelijke blijvende schade aan het testisweefsel apart onderzocht, los van de vraag of iemand zich daar tevreden over voelt. Subjectieve tevredenheid en objectieve weefselontwikkeling zijn twee verschillende vragen, en deze studie beantwoordt alleen de eerste — oppervlakkig.
Onze duiding
Amsterdam UMC noemt dit "het eerste onderzoek" naar het onderwerp, en dat klopt: er was nog niets. Maar een eerste, kleine, ongecontroleerde, retrospectieve vragenlijst onder een zelfgeselecteerde groep is geen bewijs dat puberteitsremming "geen extra risico" vormt — het is een eerste, voorzichtige indicatie die om bevestiging vraagt met beter opgezet onderzoek. Die nuance ontbreekt in de berichtgeving. Het patroon is hetzelfde dat dertig jaar Dutch Protocol-onderzoek kenmerkt volgens een recente kritische review op dutchprotocol.nl: geruststellende conclusies die verder reiken dan het onderliggende bewijs toelaat. Voor een behandeling die nooit is geregistreerd voor deze toepassing, is dat geen detail maar de kern van de zaak.
Bronnen
- Van der Meulen, I. e.a., onderzoek naar seksueel welzijn na puberteitsremming bij transgender volwassenen, Journal of Sexual Medicine, 2025.
- Amsterdam UMC (redactie), "Eerste onderzoek laat geen invloed puberteitsremmers zien op seksueel welzijn van transgender personen", amsterdamumc.org, 19 juni 2025 — amsterdamumc.org.
- Van den Beukel, S., "Amsterdam UMC: puberteitsremmers geen risico voor seksueel welzijn", Folia, 19 juni 2025 — folia.nl.
Bram Kortekaas
Redactie
Veelgestelde vragen
Toont de Amsterdam UMC-studie aan dat puberteitsremmers veilig zijn voor de seksuele ontwikkeling?
Nee. De studie is een retrospectieve vragenlijst onder 70 volwassenen, zonder controlegroep, veertien jaar na de behandeling. Dat soort opzet kan hooguit een eerste indicatie geven, geen bewijs van veiligheid.
Waarom is het ontbreken van een controlegroep een probleem?
Zonder een vergelijkbare groep die geen puberteitsremmers kreeg, kan niet worden vastgesteld of de gerapporteerde tevredenheid iets met de behandeling te maken heeft of met andere factoren.
Wat betekent het dat de groep zichzelf selecteerde?
Alleen volwassenen die nog in beeld waren bij het ziekenhuis en bereid waren de vragenlijst in te vullen, deden mee. Wie afhaakte, detransitioneerde of niet meer bereikbaar was, ontbreekt — waardoor de uitkomst een te rooskleurig beeld kan geven.
Meer artikelen in deze categorie
Amsterdam UMC: "geen risico voor seksueel welzijn" na puberteitsremmers — wat de studie niet laat zien
Een Amsterdam UMC-onderzoek onder 70 volwassenen concludeert dat puberteitsremmers geen extra risico vormen voor seksueel welzijn. Een kleine, retrospectieve vragenlijst zonder controlegroep, 14 jaar na de behandeling, draagt die conclusie niet.
Endocrine Society scherpt regels aan voor puberteitsremmers — maar niet voor genderzorg
De Endocrine Society publiceerde in 2026 een nieuwe richtlijn voor puberteitsremmers bij vroege, medische puberteit: strikte leeftijdsgrenzen, terughoudendheid met bloedonderzoek en een vaste stopdatum. Voor de veel grotere groep die puberteitsremmers off-label krijgt bij genderdysforie bestaat zo'n kader niet.